Van der Hoop Bankiers (1895 - 2005) was een Nederlandse bank, gevestigd in Amsterdam. Het instituut was actief als vermogensbeheerder, hypotheek- en spaarbank.

De Rotterdammer Cornelis van der Hoop begon de financiële dienstverlening in 1895, en breidde de activiteiten uit met vestigingen, onder andere in Den Haag. Het hoofdkantoor werd verplaatst naar Amsterdam.

 

Van der Hoop Bankiers kwam in het najaar van 2005 als gevolg van een schikking met de belastingdienst ten bedrage van 5,5 miljoen euro in de problemen. Eind juni van dat jaar werd aangekondigd dat een derde van de 75 banen bij de bank zouden worden geschrapt. Overnamegesprekken en onderzoeken naar mogelijke deelnemingen - onder andere met projectontwikkelaar LSI en de Belgische Bank DeGroof - liepen op niets uit. Op verzoek van De Nederlandsche Bank werd op 9 december een noodregeling van toepassing verklaard, waarna op 16 december het faillissement werd uitgesproken.

Het balanstotaal van Van der Hoop Bankiers was ultimo 2004 403,6 miljoen euro, en zij beheerden ongeveer 250 miljoen euro aan vermogen. De bank had een hypothekenportefeuille van 150 miljoen euro.

 

In het kader van de Collectieve Garantieregeling van De Nederlandsche Bank waren particulieren bij het faillissement van een bank beschermd tot 20.000 euro. Gedupeerde rekeninghouders met veel hogere tegoeden organiseerden zich in de belangenvereniging Hoop Verlies, waarmee zij hopen hun schade te kunnen beperken. Begin januari 2006 maakte curator Rutger Jan Schimmelpenninck bekend dat naar verwachting gedupeerden hun geld "grotendeels" terug kunnen krijgen. Spaarders met een bedrag tot 120.000 kregen inderdaad alles vergoed uit de opbrengst van de failliete boedel. Volgens curator Willem Jan van Andel beloopt de schade voor 140 rekeninghouders uiteindelijk 20 miljoen euro. De grootste gedupeerde was zorgverzekeraar VGZ IZA, die ongeveer 14 miljoen euro verloor.

 

Ongeveer 130 rekeninghouders hebben De Nederlandsche Bank aansprakelijk gesteld voor de geleden schade, omdat zij zou hebben gefaald in haar toezichthoudende functie.

 

Sinds de Tweede Wereldoorlog waren tot 2005 slechts drie banken ten onder gegaan: Teixeira de Mattos (1966), Amsterdam-American Bank (1981) en Tilburgsche Hypotheekbank (1982).

Geschiedenis